dinsdag 15 april 2014

Hierbij zet ik mijn visiedocument toch maar op mijn blog

De Puber


Mijn mening

Het is moeilijk voor mij om 'de Puber' te definiëren, ik zie mezelf namelijk nog als een puber. Ik moet dus mezelf gaan definiëren en dat is niet zo makkelijk. Van de andere kant hoef ik alleen maar naar mezelf te kijken en ik heb een definitie. Hoe ik mezelf  als 'puber' en 'pubers' over het algemeen zie is dat het jonge mensen zijn die zich in de overgangsfase van kind naar volwassenen bevinden. Dit brengt zo verschrikkelijk veel veranderingen met zich mee in een relatief korte tijd dat het voor de puber overweldigend kan zijn. Er komen zoveel hormonen vrij dat je leven soms een emotionele achtbaan kan worden. Je voelt je soms eenzaam, verdrietig en heel onzeker (ik spreek uit eigen ervaring), maar je voelt je ook vaak 'on top of the world', onkwetsbaar en vreselijk gelukkig. De puber wil gezien worden als een volwassenen en ook zo worden behandeld. Het probleem is dat pubers zich echter niet altijd gedragen als volwassenen. Ze kunnen denken dat ze altijd gelijk hebben, kunnen extreem koppig zijn en hebben overal wat op aan te merken. Maar dat maakt ze juist leuk. Het zijn individuen aan het begin van hun leven, het begin van de zoektocht naar zichzelf en de wereld om hen heen. Wat Matthijs vertelde in de les van vorige week heeft mij de ogen doen openen, pubers gedragen zich zoals ze zich gedragen omdat dat gewoon 'de natuur' is. Ze willen nou eenmaal hun weg vinden in de grote boze wereld en niets kan ze daar in tegenhouden, zelfs geen leraar.

Onderbouwing

Mijn mening heb ik niet zomaar gevormd, ten eerste is het bewezen dat het puber gedrag natuurlijk is. Pubers zijn onderworpen aan een vuur van hormonen en dat zorgt voor allerlei verschillend gedrag.  Volgens het boek ‘Puberbrein binnenstebuiten’ van Huub Nelis en Yvonne Sark verklaart de puberteit ‘het typische, onlogische en dikwijls riskante pubergedrag dat volwassenen voor raadsels stelt.’
Ik weet zelf natuurlijk ook hoe ik ben en hoe ik was als puber (een beetje raar maar ik zie mezelf nog steeds als puber als 17-jarige). Ik merk dat ik ook mijn eigen plan wil trekken en mijn eigen mening wil geven op echt alles. Ik wil gehoord worden en erkent worden als volwassenen  en individueel onafhankelijk mens. Als ik opstap wil moet ik dat nog steeds aan mijn moeder vragen terwijl ik zelf vind dat zij niet veel meer over me te zeggen vindt, ik wil de touwtjes in eigen handen.
Ook heb ik wat ervaringen dankzij mijn stage die mijn mening kunnen onderbouwen. Zo heb ik bijvoorbeeld eens meegemaakt dat ik de leerlingen opdracht gaf om een antwoord op een vraag op te schrijven. Eén van mijn leerlingen wilde dat niet omdat ze al een antwoord in haar hoofd had en het niet nodig vond het op te schrijven. Hieruit kun je dus zien dat pubers zelf willen kunnen bepalen wat ze doen omdat ze bepaalde dingen niet nodig vinden terwijl ik dat juist wel vind. Ze willen zelf bepalen wat ze doen.
Ook hebben we in de lessen Flankerend Onderwijs filmpjes gezien waarin het pubergedrag duidelijk naar voren komt. Het filmpje met de in eerste instantie opstandig lijkende Frans die de klas uit wordt gezet door zijn lerares Duits omdat hij iets zei wat echt niet kon volgens haar. Waarschijnlijk hechtte hij er minder waarde aan en had hij een andere bedoeling met de opmerking. Hij kon niet inschatten wat de gevolgen van zijn daad hadden kunnen zijn, een typisch  gevalletje pubergedrag als je het mij vraagt.

De klas als groep


Mijn mening

'Een geheel van pubers, die met elkaar en van elkaar leren', dat is mijn definitie van 'de klas'. De klas is de leerplaats van de pubers, waar zij tezamen met andere pubers van dezelfde leeftijd zichzelf ontwikkelen. Zoveel pubers op één plek, dat zorgt vaak voor onrust. Allemaal hebben ze hun eigen mening en allemaal willen ze die uiten. Dit zorgt voor ontelbare meningsverschillen en opstootjes binnen de klas. De klas is soms één geheel waarin alle leden achter elkaar staan en zich ook echt een eenheid voelen. Meestal is dit niet het geval en bestaat de klas uit aparte groepjes van individuen die zich met elkaar kunnen identificeren en niets moeten hebben van de andere 'losers' uit hun klas. Ik denk dan vaak aan Amerikaanse films en series met de welbekende 'subculturen': nerds, Chearleaders, Sporters, Asians, Gothics, Punks en nog ontelbaar andere groepen. Deze groepen hebben allemaal hun eigen principes en die botsen regelmatig met elkaar. Het gaat om het uitzoeken 'wie je bent' en waar je bij wilt horen. Dit uit zich in de groepsvorming binnen de klas.

Onderbouwing


De klas is voor de leerlingen een belangrijke groep mensen. Het zijn hun leeftijdsgenootjes en vaak ook hun vrienden. Ze willen bij de klas horen en er niet buiten vallen. Daarvoor doen ze nog wel eens ‘stoer’ tegen elkaar en tegen de docent voor de klas. Het toetrekken naar leeftijdsgenoten is volgens ‘Het Puberbrein binnenstebuiten’ van Huub Nelis en Yvonnen van Sark een natuurlijk verschijnsel ‘In de puberteit maken kinderen zich stap voor stap los van hun ouders en verleggen ze hun focus naar leeftijdsgenoten.’ De kinderen waar je mee omgaat in de klas hebben vaak dezelfde interesses, leeftijd en sociale status. Dit noemen Nelis en Sark de ‘peergroup’. Er zijn dus vaak verschillende peergroups te vinden binnen een klas en binnen een school. Ook onderscheiden Nelis en Sark 3 soorten verbindingen tussen leeftijdsgenoten onderling: ‘echte’, goede vrienden, de romantische en seksuele relaties en de bredere kring kennissen en bekenden.
Ik kan dit model zelf ook toepassen in mijn stageklas. Zo heb ik een koppeltje in mijn klas (romantische en seksuele relaties), de welbekende ‘vriendengroepen’ (‘echte’, goede vrienden) en natuurlijk is heel mijn klas bekend met elkaar en onderhouden ze allemaal een bepaalde relatie met elkaar (de brede kring kennissen en bekenden).
In de les hebben we gekeken naar verschillende filmpjes over situaties in de klas. In het fragment over Frans was duidelijk zichtbaar dat de klas niet één hechte groep was. Andere jongens in de klas waren Frans aan het opstoken tegen de lerares en maakte vervelende opmerkingen tegen Frans. Zo zie je maar weer dat pubers tot alles in staat zijn en dat er vaak geen sprake is van een hechte groep.

Effectief lerarengedrag


Mijn mening

De functie van de leraar in de klas is naar mijn mening het begeleiden en motiveren van de leerlingen. De leraar heeft als het waren 'de touwtjes in handen', 'de regie' over de klas. Daar zijn de leerlingen het niet altijd over eens. Zij willen vaak zelf kunnen bepalen wat ze gaan doen omdat ze er weer eens 'geen zin in hebben' of omdat het onderwerp 'stom' is. De leraar moet er voor zorgen dat de leerlingen toch bezig zijn en dat ze iets leren, dat is het belangrijkste. Het is een moeilijke en belangrijke functie. Je bent namelijk gedeeltelijk verantwoordelijk voor het leerproces van de leerlingen. Een goede leraar moet naar mijn mening aan een aantal kernkwaliteiten beschikken:
-          Hij moet sociaal zijn, goed met mensen om kunnen gaan (interpersoonlijk bekwaam).
-          Hij moet vakinhoudelijke kennis bedragen en deze op een juiste manier weten over te brengen (vakinhoudelijk/didactisch bekwaam).
-          Hij moet de leerlingen goed in toom kunnen houden en ze op een juiste manier dingen leren (pedagogisch bekwaam).
-          Ook moet hij kunnen samenwerken met zijn collega’s en omgeving.
Als een leraar deze kwaliteiten beheerst is het een goede. Natuurlijk kan het wel altijd voorkomen dat je beter bent in de ene kwaliteit dan de andere. Dan moet je proberen om de zwakker ontwikkelde kwaliteiten te versterken. Ik denk dat één van de belangrijkste dingen is die je moet doen het leggen van grenzen en straffen is. Dan weet de leerlingen namelijk wat hij wel en niet kan maken en creëer je structuur voor de leerlingen en voor jezelf.

Onderbouwing


In het boek ‘Omgaan met jongeren’ van John W.H. Kessels staat dat leraren grenzen moet stellen voor leerlingen en dat ze straffen moeten uitdelen. ‘Goed en effectief corrigeren en straffen is een competentie die iedere professional zich eigen zou moeten maken.’ schrijft Kessels in zijn boek. Dit is de basis voor een effectief leraren gedrag.

In mijn stage heb ik kunnen toepassen wanneer welk gedrag effectief is en wanneer niet. Zo ben ik er achter gekomen hoe ik mijn klas stil kan krijgen en ben ik hier in getraind. Als je als leraar geen goede band hebt met je leerlingen zal de sfeer en de samenwerking met de leerlingen ook slecht gaan. Ik heb zelf ook ondervonden dat het erg moeilijk is om de leerlingen te motiveren en een leuke les te verzorgen. Ik merk wel dat je als leraar zijnde toch wel echt je leerlingen moet kunnen motiveren anders loopt de les echt in de soep.
In de les heb ik zelf uitgezocht wat mijn kwaliteiten, valkuilen, allergieën en uitdagingen zijn. Kortom waar ik goed in ben, waar ik nog problemen mee heb, waar ik echt niet tegen kan en wat ik nog kan verbeteren.  Ook hebben we in de lessen natuurlijk vaak intervisie gehad waarbij we verschillende casussen van de leerlingen bespraken en we gingen kijken hoe er werd gehandeld in bepaalde situaties en hoe je dat kunt verbeteren. We hebben de afgelopen weken ook bepaalde filmpjes gezien over verschillende leraren in verschillende moeilijk situaties waar we veel hebben geleerd. Zo heb ik geleerd dat leerlingen positief moeten worden benaderd en dat je ze niet moet afsnauwen als ze een keer een antwoord op de vraag niet weten. Geef ze een compliment voor het proberen en help ze verder in het zoeken naar een antwoord. In het filmpje waar de beste leraar van het Verenigd Koninkrijk voor de slechtste klas van het land staat blijkt maar weer dat een leraar de klas kan maken of breken. De voorheen zo ‘moeilijke’ klas werd hard maar toch persoonlijk aangepakt door de ‘beste leraar’ en werd zo gestructureerd en bestuurd door de leraar waardoor de les heel goed verliep. Een knap staaltje effectief leraar gedrag als je het mij vraagt. Wat ik heb geleerd van het fragment is dat je meteen duidelijke grenzen en regels moet bepalen om zo vanaf het begin van het contact met de leerlingen structuur aan te bieden en laten zien wat wel en niet kan. Daar moet je vervolgens ook heel consequent in zijn om het goed te laten overkomen. Uiteindelijk moet je de leerlingen wel persoonlijk en geïnteresseerd en gemotiveerd benaderen om zo de band met de leerlingen te versterken.

Wat heb ik concreet geleerd gedurende de periode?


Ik heb geleerd dat elke leraar anders en iedereens aanpak verschilt, en dat is goed! Je moet doen wat goed voor je voelt en niet zo maar veranderen omdat andere hun eigen aanpak beter vinden. Elke leraar verschilt immers van elkaar. Wat goede leraren naar mijn mening wel gemeen hebben is hun persoonlijke band met de leerlingen en hun consequente waarschuwingen en straffen en een grote basis vakkennis. Wat ik ook geleerd heb ik dat het puber gedrag natuurlijk is en dat pubers gewoon doen wat voor hen normaal lijkt maar voor mij misschien niet. Ik sta niet meer zo verstelt van wat sommige leerlingen allemaal doen, het hoort immers bij hun leeftijd. Dit betekent echter niet dat er niet streng opgetreden mag worden en consequent met leerlingen om moet worden gegaan. De grenzen moeten duidelijk zijn en als er een grens wordt overschreden moeten hier consequenties aan hangen.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten